Praktische kennis en vaardigheden
Kerndoel 22/21 - De leerling zet digitale technologie en digitale media in
A: Digitale systemen. De leerling zet digitale systemen functioneel in.
B: Digitale media en informatie. De leerling navigeert doelgericht in het digitale media- en informatielandschap voor het verwerven en verwerken van informatie.
C: Data. De leerling verkent het gebruik van data en dataverwerking.
D: Artificiële intelligentie (AI). De leerling verkent AI (po). De leerling verkent mogelijkheden en beperkingen van AI (vo)
Ontwerpen en maken
Kerndoel 23/22 - De leerling creëert digitale producten
A: Creëren met digitale technologie. De leerling gebruikt passende werkwijzen bij het creëren en gebruiken van verschillende typen digitale producten.
B: Programmeren. De leerling programmeert een computerprogramma met behulp van computationele denkstrategieën.
De gedigitaliseerde wereld
Kerndoel 24/23 - De leerling participeert in de gedigitaliseerde wereld
A: Veiligheid en privacy. De leerling gaat veilig om met digitale systemen, data en de privacy van zichzelf en anderen.
B: Digitale technologie, jezelf en de ander. De leerling maakt weloverwogen keuzes bij het gebruik van digitale technologie en digitale media.
C: Digitale technologie, samenleving en de wereld. De leerling verkent hoe digitale technologie, digitale media en de samenleving elkaar wederzijds beïnvloeden (po). De leerling analyseert hoe digitale technologie, digitale media en de samenleving elkaar wederzijds beïnvloeden (vo).